content top

Normtijden

In april 2020 is de notitie over de toename van eisen verder bijgewerkt en is een overzicht van de nieuwe eisen sinds de laatste inventarisering (juli 2017) tot aan april 2020 toegevoegd. Die toename van eisen wordt gedicteerd door de richtlijnen voor ambulant psychologisch onderzoek die door het NIFP gepubliceerd zijn in 2018 en door steeds strengere eisen van het NRGD. Helaas hebben onze eerdere inspanningen om het tij te keren tot op heden niet geleid tot resultaat: uurtarieven zijn, afgezien van een indexering, hetzelfde gebleven, normtijden zijn niet aangepast en zowel NIFP als NRGD reageren niet als we protesteren tegen de onuitputtelijke hoeveelheid eisen die aan ons gesteld worden. Daardoor is er niet alleen een forse scheefgroei ontstaan tussen de hoeveelheid benodigde uren voor het schrijven van een rapport en het aantal uren dat uitbetaald wordt, maar lopen rapporteurs ook massaal weg: waren er in 2008 nog ruim 800 rapporterende rapporteurs zijn dat er anno april 2020 nog maar ca. 320. Bovendien klagen ook de afnemers over de afgenomen bruikbaarheid van de rapportage door de hoeveelheden informatie die op hen afkomt en waar ze niet zo veel mee kunnen. Dit heeft er toe geleid dat in vele gevallen de rechtbank alleen de beantwoording van de vraagstelling leest en alle 25 blz. die daarvoor komen worden niet gelezen. Helaas voor al onze inspanningen.

We hebben e.e.a. opnieuw onder de aandacht van het Ministerie gebracht en hopen dat we eindelijk een gewillig oor zullen treffen voordat de hele rechtsgang vastloopt. Bijgaand de bijgewerkte notitie per april 2020.

toename benodigd aantal uren sinds 2008, versie 05-04-2020

 

 

 

notitie toename benodigd aantal uren sinds 2008 d.d. 13-07-2017

In 2017 heeft het bestuur VVR een notitie geschreven over de toegenomen eisen aan pro justitia rapportage sinds 2008, en hebben we een inschatting gemaakt van het aantal benodigde uren daarvoor. Zie bijgaand. Deze notitie is inmiddels naar het ministerie gestuurd en daar ontvangen. Daarnaast is de notitie verstrekt aan het NIFP. Beide instanties hebben daar op 15 januari 2018 nog niet op gereageerd.

Van een collega ontvingen we afgelopen week het volgende bericht:

Geachte heer / mevrouw,

Bij deze verzoek ik u mijn lidmaatschap per 31 december 2017 te beëindigen. Ik heb daartoe besloten omdat ik naar alle waarschijnlijkheid ga stoppen met het strafrechtelijk rapporteren. Na ruim 23 jaar als psychiater rapporteur te hebben gewerkt een pijnlijk besluit.

De motivatie om te stoppen komt voort uit het feit dat ik de vergoeding van de werkzaamheden volkomen uit balans acht in relatie tot de inspanning, investering in passende scholing en intervisie, registratie eisen bij de NRGD. Het volstrekt niet marktconforme uurloon voor deze super specialistische werkzaamheden met een hoog belang en veeleisende verantwoording is het voornaamste argument waarom ik met pijn in het hart zal stoppen. Het feit dat je ook niet de gewerkte uren kan declareren maar een vast aantal uren betaald krijgt vind ik ook een bezwaar juist omdat ik vanwege mijn ervaring vaak complexe arbeidsintensieven zaken toegewezen krijg.

Ik werk voornamelijk als freelance psychiater met een uur tarief van 150 euro of meer en kan elk gewerkt uur (logischerwijze) declareren. Het contrast met voor de strafrechtbank rapporteren wordt dan ook te groot. Het voelt als een dief van de eigen portemonnee.

Ik vraag u mijn motivatie om te stoppen te beschouwen als een signaal dat u wellicht vaker zult vernemen en kan inzetten bij naar mijn idee dringend noodzakelijke onderhandelingen om de vergoeding marktconform te realiseren.

 



Een Reactie op “Normtijden”

  1. Corine de Ruiter schreef:

    Ik geef de psychiater die afhaakt vanwege de volstrekt onvoldoende vergoeding voor PJ onderzoek en rapportage gelijk. Het bevreemd me al jarenlang dat de Nederlandse overheid voor deze super-specialistische werkzaamheden, met potentieel verstrekkende gevolgen voor de betrokken verdachte en de maatschappij (o.a. hoge kosten van detentie, behandeling, resocialisatie), zo’n lachwekkende vergoedingsregeling heeft. Om een state-of-the-science forensische rapportage op te stellen is uitgebreid diagnostisch onderzoek nodig met gebruik van collaterale informanten. Als er geen milieu-onderzoek door de reclassering wordt verricht, moet je dat als gedragsdeskundige zelf doen. Dit kost heel erg veel tijd, maar is cruciaal om wat de onderzochte vertelt te kunnen verifieren. Het uitvoeren van een gestructureerde risicotaxatie kost ook extra tijd, maar is van wezenlijk belang. Idealiter worden de antwoorden op de onderzoeksvragen van de rechter mede onderbouwd met verwijzingen naar de wetenschappelijke literatuur. Ook dat vraagt extra tijd. Een Amerikaanse collega forensisch-psycholoog die in California werkt, met wie ik in 2015 een boek publiceerde, vertelde me dat zij 80 tot 100 uur per forensische evaluatie mag declareren. Deze urenvaststelling doet recht aan de onderzochte, de benodigde expertise bij de forensische gedragsdeskundige en de maatschappelijke consequenties van quick-scan forensische rapportages. De vraag is: hoe krijgen wij dit in Den Haag voor elkaar?

Laat een bericht achter